Oproepcontract

Oproepcontract
Arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd met uitgestelde prestatieplicht (MUP). Dit wordt ook wel het ‘oproepcontract’ genoemd.

Voornaamste aandachtspunten bij het gebruik van de MUP: 

Met de invoering van de WAB (1-1-2020) komt er een definitie van de oproepovereenkomst in de wet. Als er sprake is van een oproepovereenkomst:

is de werkgever verplicht om na 12 maanden een aanbod te doen voor een vast aantal uren dat (minimaal) gelijk is aan het gemiddelde aantal uren over de laatste 12 maanden;

moet de werkgever de werknemer minimaal vier dagen tevoren schriftelijk of elektronisch oproepen (waarvan afwijking bij cao mogelijk is);

is de opzegtermijn voor de werknemer gelijk aan de oproeptermijn voor de werkgever;

Consignatie- en beschikbaarheidsdiensten, waarbij een werknemer op vooraf ingeroosterde tijd(vakk)en beschikbaar moet zijn, vallen niet onder de definitie van de oproepovereenkomst.

Bij gebruik van een oproepovereenkomst met wisselende uren kan de werknemer met een beroep op art. 7:610b BW het aantal uren laten vaststellen op het gemiddelde van (een periode van) de voorafgaande drie maanden. Let op: Dat geldt ook bij een min-max oproepovereenkomst.

Als het aantal gewerkte uren (sterk) onevenredig is verdeeld (bijvoorbeeld piekbelasting in de zomermaanden) kan in de arbeidsovereenkomst worden opgenomen dat een andere referentieperiode geldt dan de wettelijke periode van drie maanden.

Bij een oproepovereenkomst voor (gemiddeld) minder dan 15 uur per week op niet vooraf vastgestelde tijdstippen heeft de werknemer voor elke oproep recht op (ten minste) drie uur loon, ook als de werktijd gedurende die oproep korter is en ook als twee oproepen elkaar qua werktijden overlappen (bv. 10.00 tot 11.30 en 12.30 tot 14.30: voor elk van beide oproepen heeft de werknemer recht op drie uur loon, dus in totaal zes uur loon).

Een oproepovereenkomst waarbij de werknemer een oproep mag weigeren, is geen oproepovereenkomst in de zin van de WAB. Een dergelijke overeenkomst wordt in de regel beschouwd als een voorovereenkomst, waarbij op het moment dat de werknemer de oproep aanvaardt (telkens) een afzonderlijke arbeidsovereenkomst ontstaat voor de duur van die oproep. De voorovereenkomst zelf is geen arbeidsovereenkomst.

Het is bij oproepovereenkomsten bij hoge uitzondering mogelijk om een all-in loon af te spreken, dat wil zeggen een loon inclusief vakantiegeld én vakantiedagen.

Op 1 januari 2020 wijzigt de financiering van de Werkloosheidswet (WW) door de WW-premie te differentiëren naar aard van het contract: voor vaste contracten gaan werkgevers een lagere WW-premie afdragen dan voor flexibele contracten. Een arbeidsovereenkomst die kwalificeert als een oproepovereenkomst valt onder het hogere WW-percentage.

Klik hier voor een voorbeelddocument.

Bron: pwnet.nl

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone